Van Agile-Scrum naar MBO-Scrum

Bij de opleiding Informatietechnologie maken we gebruik van de MBO-Scrum leermethode. Dit is een aangepaste versie van het Scrum-raamwerk, dat voortkomt uit de Agile software-ontwikkelmethode en veel wordt toegepast in het werkveld.

In het bedrijfsleven is Scrum is een raamwerk waarmee software-ontwikkelteams sneller en op een iteratieve manier, door middel van opeenvolgende deelproducten, software applicaties ontwikkelen. De methode is inmiddels zo populair geworden dat steeds meer bedrijven deze werkwijze omarmen. Hoewel niet alle werkprocessen binnen deze bedrijven volledig vervangen kunnen worden door Scrum, biedt de methode wel een waardevolle structuur voor veel organisaties.

Binnen het onderwijs is Scrum een concept dat de zelfstandigheid en competenties van studenten bevordert door hen actief te betrekken bij hun eigen leerproces, hen te helpen zelf doelen te stellen, en hun voortgang systematisch te evalueren. Dit gebeurt met studenten-teams van maximaal 5 studenten en aan de hand van periodes of thema’s van 10 weken.

Thema’s in plaats van Periodes

Binnen MBO-Scrum wordt de term thema gebruikt voor een periode. In onze opleiding hebben we ervoor gekozen om de leerjaren te koppelen aan twaalf thema’s. Elk thema kent een vaste basisopbouw en doorlooptijd. Tijdens de verschillende fases binnen een thema wordt ook expliciet aandacht besteed aan de ontwikkeling van 21e-eeuwse vaardigheden, zoals samenwerken, probleemoplossend denken en kritisch nadenken.

Basisopbouw van een thema

De afbeelding hieronder geeft een overzicht van de opbouw van een thema. Elk thema beslaat een periode van 10 weken en is opgedeeld in verschillende fases en sprints, die samen de studenten begeleiden van theorie naar praktijk.

Klik op de afbeelding om te vergroten

Elk thema bestaat uit twee sprintperiodes van 4 weken, voorafgegaan door een warming-up week, en afgesloten met een review- en retrospective week.

Tijdens sprint 1 ligt de nadruk op theorie, oftewel het vergaren van kennis. Studenten doorlopen de lesstof individueel en in hun eigen tempo, maar maken daarbij wel zoveel mogelijk gebruik van de kennis en expertise van hun teamgenoten.

In sprint 2 verschuift de focus naar de praktijk. Studenten werken samen in hun team aan een gezamenlijk doel, bijvoorbeeld het ontwikkelen van een webapplicatie. Deze samenwerking biedt hen de mogelijkheid om hun theoretische kennis toe te passen in een realistische projectomgeving.

Daily standup

Tijdens de sprints hebben de studententeams dagelijks contact in de vorm van een daily stand-up. In deze korte bijeenkomsten delen studenten wat ze doen, waar ze tegenaan lopen, en zoeken ze samen naar oplossingen. Dit moment stimuleert samenwerking en biedt een waardevolle kans voor onderlinge ondersteuning.

Elk team wordt begeleid door een scrum master, een student uit het team die de stand-up leidt en die tijdens de stand-up de volgende vragen aan ieder teamlid stelt:

  1. Wat heb je de vorige schooldag gedaan?
  2. Wat ga je vandaag doen?
  3. Loop je tegen iets aan dat je voortgang blokkeert of vertraagt?

Is er sprake van een achterstand in de voortgang, dan koppelt de scrum master teamgenoten aan elkaar om elkaar ná de stand-up verder te helpen. Zo wordt kennisdeling gestimuleerd en kunnen obstakels sneller worden opgelost. Dankzij deze gestructureerde aanpak blijven teams gefocust en werken ze efficiënter samen binnen de sprint.

Leerstories

Elke sprint wordt ondersteunend door zogenaamde leerstories. In het geval van sprint 1 gaat het om kennis-leerstories, waarin de te bestuderen lesstof wordt uitgelegd. In het geval van sprint 2 gaat het om project-leerstories, waarin het project dat in teamverband moet worden uitgevoerd, wordt toegelicht.

De afbeelding hieronder illustreert hoe een (deel van een) leerstory is vormgegeven.

Klik op de afbeelding om te vergroten

Warming up (week 1)

De warming-up is het moment waarop het docententeam het thema introduceert. Hierbij legt de docent uit welke leerdoelen centraal staan en geeft een korte toelichting op de belangrijkste aspecten van het thema.

Vervolgens worden de leerstory’s besproken. Dit biedt studenten de gelegenheid om een eerste indruk te krijgen van de taken en opdrachten die op hen wachten.

Na deze introductie krijgen de studenten-teams de tijd om de leerstory’s zelfstandig door te nemen.

Go/No-Go moment

Aan het einde van deze fase vindt een Go/No-Go moment plaats, waarin wordt beoordeeld of het team klaar is om te starten met de eerste sprint. Dit moment wordt ondersteund door een presentatie, waarin de studenten hun plannen ten aanzien van het thema aan de docent(en) toelichten.

Sprint 1 (week 2-5)

In de eerste sprint ligt de nadruk op het opdoen van kennis, ondersteund door de eerdergenoemde leerstories. Deze fase is gericht op het leggen van een stevige basis in de theoretische kennis en vaardigheden die nodig zijn binnen het thema. Dagelijkse bijeenkomsten, de zogenaamde daily’s, worden georganiseerd om de voortgang te bespreken en problemen tijdig aan te pakken.

Tijdens deze sprint houden studenten een individueel verslag bij, waarin ze vastleggen wat ze hebben geleerd en hoe ze dit toepassen. De sprint wordt afgesloten met een sprint review, waarin zowel de voortgang als de resultaten van deze fase worden geëvalueerd. Studenten ontvangen feedback op hun werk, inclusief hun verslag, en krijgen de mogelijkheid om verbeteringen door te voeren voordat ze verdergaan naar de volgende sprint.

Sprint 2 (week 6-9)

In de tweede sprint passen studenten hun kennis toe door het realiseren van een project. Ze voeren complexere taken uit die aansluiten op de praktijk, waarbij ze hun kennis en vaardigheden verder ontwikkelen en verfijnen. Net als in sprint 1 vinden er dagelijkse bijeenkomsten plaats om de voortgang te bespreken en knelpunten aan te pakken.

Review en Retrospective (week 10)

De laatste week van het thema staat in het teken van de thema review en retrospectieve. Tijdens de thema review presenteren studenten hun eindresultaat aan docenten en, indien van toepassing, andere belanghebbenden. In de retrospectieve reflecteren studenten samen met hun team op het leerproces. Ze bespreken wat goed ging en wat verbeterd kan worden. Deze feedbackloop helpt hen om zich verder te ontwikkelen en beter voorbereid te zijn op toekomstige projecten.